Spotlied op de dorpen

 

Messenstekers messenstekers zijn die Gestelse maar 2x
messenstekers messenstekers
messenstekers zijn die Gestelse maar.

Truiendragers zijn die Luyksgestelse maar.

Bessemkruiers zijn die Bergeykse maar.

Pottenbakkers zijn die Steenselse maar.

Schoenepikkers zijn die Veldhovens maar.

Lompe boeren zijn die Oerselse maar.

Spörrieboeren zijn die Zeelse maar.

Heksenlanders zijn die Strijpse maar.

Ruitentikkers zijn die Woenselse maar.

Kale Heren zijn die Eindhovense maar.

Rijke heren zijn die Sonse maar.

 

In 1979 werd dit 'spotlied op de dorpen' opgetekend bij Nolda Pas te Eindhoven door Harry Franken. Volgens Nolda moet het lied nog langer zijn geweest.

 

Spotrijmen en spotliedjes zijn altijd graag gezongen. Ieder dorp kende wel zijn liedjes waarin de naburige dorpen werden gehekeld en het eigen dorp werd geprezen.

In Bergeyk was dat volgens Jan Jansen:

Tèttegerèt

den bok is vèt

Ik gaoi 'rmee naor Irselmèrt

Irselmèrt is mè te wèèdd

Ik gaoi 'rmee nao valkeswìrd

Valkeswìrt dè lì vurkìrd

Ik gaoi rmee nao Dommele

Dommele lì te rommele

Ik gao rmee nao Westerhove

Westerhove-n-is 'n koffiegat

èn Bergeyk dè is de gritste stad.

 

Meester Panken noemt in zijn liederen, rijmen en kinderspelen uit Noord Brabant (Brecht 1899)

Steensel is 'n höpke

Knechsel is 'n knöpke

Duizel is een koffiegat

en Eersel is eene mooie stad.

 

Ten overvloede tekend Panken hierbij aan, dat de laatste regel slechts om het rijm was, want 'Eersel is of was nooit eene stad'.

Verder noemt hij nog:

Acht is de stam

Woensel is de wortel

Acht was er al lang

Eer Woensel er kwam.